Zoeken
  • Jagritta Olthof

HERDENKING AUSCHWITZ




Vandaag herdenken we dat 75 jaar geleden het voormalige Duitse concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau werd bevrijd.

Bijgaande tekst is van ruim een jaar geleden en nog niet geheel gepolijst, toch wil ik het vandaag met jullie delen.


AUSCHWITZ PIJN Op een zonovergoten Bevrijdingsdag zit ik naast mijn oudste zoon op een terras. We laten ons de drankjes goed smaken. ‘Auschwitz,’ zeg ik plots, ‘durf ik nog steeds niet te bezoeken. Al decennia zit dat kamp in mijn hoofd.’ Hij kijkt me aan met een blik waaruit vraagtekens opduiken. ‘Waarom niet?’ ‘Het kamp waar velen van je familieleden hun kostbaarste goed op gruwelijke wijze werd ontnomen, bezorgt me pijn in mijn hart.’ Hij neemt zijn glas ter hand en kijkt vervolgens strak voor zich uit. ‘In gedachten zie ik die poort voor mij,’ ga ik verder, ‘die ik ken van de beelden, met de bizarre woorden “Arbeit Macht Frei”. Het lange zandpad dat je moet belopen om te komen bij het einde bezorgt me nu al het zweet in de handen. Wat zal er innerlijk met me gebeuren wanneer ik ter plekke de rest van het kampterrein tot mij kan nemen? En toch, ooit, wil ik het met eigen ogen zien.’ ‘Ja, die waarheid is schrijnend,’ zegt hij. ‘Maar waarom beangstigt het je? En waarom juist nu?’ ‘Misschien omdat er nu, in plaats van één gek, drie gekken rondlopen op deze mooie planeet, waar hele groepen blind achteraanlopen. De mens laat zich zo gemakkelijk beïnvloeden en wat wijs maken, door wat voor ideologie dan ook. Velen van hen denken überhaupt niet na. Die gekken weten dat en maken daar dankbaar gebruik van. Het baart me zorgen welke kant het opgaat. Hoe vaak hoor ik niet “Dat nóoit meer!” Echt zeker ben ik er niet van gelet op de huidige ontwikkelingen.’ ‘Maar jij hoeft deze zware last toch niet op je schouders mee te torsen?’ reageert hij verbaasd. ‘Het is al zolang geleden.’ ‘De schrijnende werkelijkheid kan ik niet eens omschrijven, jongen, maar de reden “waarom” ontneemt me bijna de adem.’ Hij knikt en staart. ‘Blijf om je heen kijken,’ zeg ik. ‘Blijf zelf nadenken.’ Even is het stil. Ik zie hem denken. Mijn gedachten dwalen af naar de dag voor dodenherdenking. Naar het kamp Westerbork waar ik de voorstelling ‘IK BEN ER NOG’ bijwoonde. Kamp Westerbork, in al zijn eenvoud ingericht. Een stootblok met omgebogen rails. 102.000 stenen in verschillende hoogtes, voorzien van davidster, vlammetje of zonder symbool opgesteld in de vorm van mijn land. Voor elke persoon die op de onvrijwillige doorreis in dit kamp eerst zijn plek vond en die niet mocht terugkeren uit de klauw van de wreedheid. Ik geloof niet in geesten maar de rillingen lopen weer over mijn lijf als ik terugdenk aan het moment van net na de voorstelling. Op het kampterrein stak plotseling een windvlaag op die de takken van de bomen liet zwiepen en een naargeestig, jammerend geluid voortbracht alsof voormalige bewoners me wilden laten weten: ‘Wij zijn hier nog, állemaal.’ De gedachte eraan bracht me voor een tel uit mijn evenwicht. Geschrokken dacht ik: Als ik hier al door van streek raak, wat doet Auschwitz dan met mij als ik ooit voor die poort sta? ‘Ook jouw generatie zal er elk jaar een moment bij stil behoren te staan,’ laat ik hem weten. ‘Alleen door zijn eigen geschiedenis te kennen kan ieder mens het heden begrijpen en extreme stromingen leren herkennen. Ik heb de oorlog niet meegemaakt, al die verschrikkingen godzijdank niet hoeven te ervaren. Maar ik ben één minuut stil tijdens de 4 mei herdenking. Mijn gedachten zijn bij de miljoenen voor onrein weggezette mensen en bij de mensen die de moed hadden zich ertegen te verzetten en hand in hand met elkaar opliepen naar de dood.’ Even weet ik niets meer uit te brengen. Dan geef ik hem te kennen: ‘Sommige huidige leiders hebben niets van de geschiedenis geleerd en hun volgers zien de gevaren niet. Dat beangstigt me.’ Hij kijkt mij aan. Ik kijk hem aan. ‘Zet je daarom op 5 mei de Joodse muziek altijd op volle sterkte, om het leven te vieren?’ wil hij niet veel later weten. Ik knik. ‘Ik laat de muziek volledig mijn brein binnendringen en dans.’ Ineens staat hij op, pakt zijn drankje van de tafel en slaat het in één keer achterover. Het lege glas gooit hij op de grond en stampt met de bal van zijn voet op de scherven. ‘Mazzeltov,’ roept hij uit volle borst. ‘Op het leven, mam.’ ‘En op de vrijheid,’ vul ik hem aan. Ik zucht diep. Hij ook.


copyright: Jagritta Olthof

8 keer bekeken

FOLLOW ME

  • Facebook Social Icon
  • Instagram
  • LinkedIn Social Icon

© 2020 by Jagritta Olthof